07 mei 2019

Het dossier van Willem Tukker begint in 1927 als hij vanwege slechte visvangst in nood komt. Deze steunaanvraag wordt afgewezen, want hij is geen belanghebbende. In maart 1932 probeert hij het nog een keer, maar hij komt nog steeds niet in aanmerking. Vreemd genoeg krijgt hij datzelfde jaar op zijn verzoek in mei wel hulp bij het zoeken naar werk.

Willem solliciteert naar de baan van dekmatroos. In zijn brief is terug te lezen dat hij over zichzelf schrijft als iemand met "geruime ervaring in het zeemansvak, dat hij vrij is van sterke drank en de beste getuigschriften kan overleggen". Helaas krijgt hij deze baan niet vanwege grote belangstelling.

Ondertussen blijft Willem op de vissersschuit van zijn vader werken. Hij solliciteert herhaaldelijk als brugwachter, sluisknecht en kantonnier (dagelijks onderhoud wegen en sluizen). Uiteindelijk krijgt hij in 1937 een baan als hulpsluisknecht te Terneuzen.
Voor het overbrengen van zijn inboedel, voor reiskosten van zijn gezin en voor nieuwe vloerbedekking en gordijnen is fl. 118,00 nodig en dat heeft Willem moeten lenen.  Deze schuld is zeer bezwarend voor Willem, omdat er gezinsuitbreiding wordt verwacht. Het aflossen van de schuld zal langdurig zijn. Zijn werkgever, Rijkswaterstaat, dient een aanvraag in voor een bijdrage in de verhuiskosten. Dit verzoek wordt afgewezen omdat Willem nu opeens geen belanghebbende meer is.